Categorie: Ingezonden (Pagina 3 van 4)

Een motje

De klas zit onder een kale appelboom, maar vol met witte spinsels. “Het lijkt wel een spookboom”, zegt een kind, wijzend naar de spinsels en de witte vlinders die het nog geheimzinniger maken. De vlinders hebben zwarte stippen, lange vleugels en zijn rank van bouw. De bladeren zijn weg: opgevreten. Larven en rupsen gingen hun gang.

Bedoeld wordt het stippelmotje. José gebruikt het motje om de levenscyclus van vlinders nog eens uit te beelden. De kinderen luisteren ademloos, bekijken de larven en rupsen en laten de vlinders op hun arm zitten. Dan barst het los met vragen. Hoe leven deze beestjes, zijn ze schadelijk en wie zijn hun vijanden. En zo komt het lesje bij de processierups en de kool- en pimpelmees die aan en af vliegen en de oorworm niet te vergeten. Die moeten ook allemaal eten. Iedereen knikt.

Het motje is de opmaat naar het lesje over fruit. De kinderen hebben zich degelijk voorbereid. Ze hebben gelezen over de verschillende soorten fruitbomen in de Betuwe, het verschil tussen hard en zacht fruit, de diverse soorten pitten en de bevruchting in de lente. Dan passeert een groot dienblad met een twaalftal bordjes. Liesbeth vertelt over bessen en aardbeien en over hun oermoeder: de kleine bosaardbei. Het vrij plukken en proeven van bessen gaat door in de boomgaard. De dappersten beginnen met keuren op smaak, dan volgt de rest. De gezichten veranderen met het type bes: zoet, bitter, friszuur, kruidig. Dat er tussen de struiken wespen, bijen, en hommels zitten, wordt even vergeten. Althans, zolang niemand er acht op slaat…

 

Jan de Moor, Lingewaard Natuurlijk

Klik op een foto voor een groter exemplaar.

Archief van Nieuwsberichten

Kraamtijd voor de kraamwebspin

Kraamwebspinnen zijn forse spinnen met een lang lichaam. In rust strekken ze de voorste 2 pootparen aaneengesloten naar voren en zie je ze zonnebaden op een groot blad. Ze zijn vrij jagend, dat wil zeggen dat ze jagen in lage vegetatie en op de grond en niet met een web. Hierbij trekken ze een kort sprintje bij het ontdekken van een prooi.

Voor de paring biedt het mannetje een ingepakte prooi aan voor het vrouwtje. Dit is zelfbescherming! Want als het vrouwtje aan het eten is zal ze het mannetje niet opeten tijdens de paring. Hierbij staat het mannetje hoog zijn poten en biedt zijn “bruidschat” aan.

Spinnen moeten extra veel moeite doen om hun eieren te beschermen: de eitjes zijn heel gevoelig voor uitdroging. De spin maakt een cocon dat een beschermlaagje vormt. De ronde eicocon wordt ongeveer 2 weken door het vrouwtje meegedragen, ze houdt de cocon goed tussen haar kaken vast en draagt hem zo onder haar lichaam mee. Wanneer de jongen op het punt staan op uit te komen, bouwt het vrouwtje een koepelvormig web. Het woord ‘web’ in zijn naam heeft deze spin te danken aan het vrouwtje, dat een koepelvormig spinsel weeft: het kraamweb. In deze kraamkamer bevestigt ze de eicocon. Als het tijd is dat de spinnen uitkomen dan bijt ze voor een klein gedeelte de cocon open wacht dan rustig af bij de ingang van het raamweb. De uitgekomen jonge spinnetjes blijven in die kraamkamer tot ze voor de eerste keer gaan vervellen en gaan dan hun eigen weg.

Sandra Brookman-Bak, natuurgids Lingewaard Natuurlijk

Klik op de foto voor een groter exemplaar.

Foto: Sandra Brookman-Bak.

Archief van Nieuwsberichten

Rabarber op de snijtafel…

Kinderen van de Pius X en de Regenboog die met hun tuintje klaar zijn mogen rabarber gaan plukken. De planten staan in een afgelegen hoek van de boomgaard. “Voor elk kind twee stelen”, is de afspraak.

Terwijl een van de kinderen toch even vraagt: “Hoe doe je dat?”, zijn drie anderen al aan het trekken en snijden. “Nee, niet zo!“, roept iemand. Ik doe het even voor: “Zet je benen stevig neer, pak
de stengel onderaan vast, maak dan vanuit de onderarm een draaibeweging en trek tegelijk heel flink”. Puf.
“Ja, dat is werken en dan voor 26 kinderen”, zie ik er een paar denken. Behalve uittrekken is ook kiezen belangrijk . “Deze stengel maar niet, ziet er onderaan niet zo roze uit”, hoor ik een kind mompelen, terwijl haar vriendinnetje achterover valt als haar stengel plots losschiet. En dan ineens alle vier in discussie. Over de rozeachtige kleur van de stengel waar je op moet letten. Maar wat is roze! Kinderen kunnen dit soort dingen snel onderscheiden. Als je de ervaring maar aanbiedt. Ondertussen wordt aan de snijtafel hard doorgewerkt. Van de meester mogen ze een scherp mes gebruiken. ”Moet toch kunnen… niet dan?” en kijkt me vragend aan. Het snijteam werkt ondertussen met dichtgeknepen monden hard door om de hele rij kinderen nog tijdig te bedienen. Tien stukjes rabarber per kind is toch 260 keer snijden. Wat er thuis mee moet gebeuren, is voor sommigen een raadsel. Anderen zijn er al zo bekend mee dat ze de rabarber ter plekke rauw staan op te eten.

Jan de Moor, Lingewaard Natuurlijk

Klik op een foto voor een groter exemplaar.

Archief van Nieuwsberichten

Bezoek de open tuinen van kinderen bij de Veldschuur in Bemmel.

Op zaterdagmorgen 2 juli van 9.30-11.30 uur kunt u zien hoe leerlingen van basisscholen in Bemmel hun moestuintjes verzorgen. Lingewaard Natuurlijk stelt de prachtige tuintjes van de kinderen open bij de Veldschuur, Sportlaan 1M in Bemmel.

Kom kijken naar die mooie tuintjes waarvoor zeker 125 kinderen zo hun best gedaan hebben. Wandel langs de kruidentuin en neem wat kruiden mee! Bekijk het bijenhotel en de bijenstal met honingbijen en spreek met de bijendeskundigen. Bekijk de pluktuin en pik misschien een bloemetje mee. Kent u het verschil tussen tarwe, gerst, haver, rogge, boekweit of spelt? Deze granen kunt u bij ons bekijken. Wie weet kunt u dan ook nog even snoepen van onze frambozen of bessen en de fruitbomen bekijken. Heeft u vragen over (moes)tuinieren? Onze deskundige vrijwilligers zullen uw vragen zo goed mogelijk beantwoorden.

Van harte welkom bij de open tuinen ochtend bij de Veldschuur.

 

Klik op een foto voor een groter exemplaar.

Archief van Nieuwsberichten

Een ongeluk bij de Veldschuur.

Ze struikelde en viel languit in het tuintje van een ander kind. De aardbeien rolden met bak en al voor haar uit over het land. Wat laconiek raapte ze alles op en deed ze weer in het bakje.  

Struikelen is begrijpelijk. De tuintjes beginnen steeds meer dicht te groeien en overal staan naamborden en meetlatten en her en der ook nog een paaltje met de plattegrond van te zetten groenten. Het is goed uitkijken en van tegel naar tegel laveren. Het gebeurde net op het moment, dat meester Tibor de kwaliteit van de aardbeien aan het keuren was. “En?” vroeg het kind van IKC Pius X die de aardbei gaf. Het gezicht van de meester stond ernstig of was het meer bezorgdheid, toen hij op aandringen er een paar proefde en tot de uitspraak kwam: “Goed van smaak en lekker zoet, maar wel eerst spoelen”. Grote opluchting! Of iedereen echt opgelucht was, werd niet duidelijk. Een paar lusten geen aardbeien en hebben zelfs moeite met alleen maar proeven.

Behalve de eigen tuintjes zijn er op de Veldschuur ook meerdere pluktuinen. Ze zijn bedoeld voor iedereen en er kan vrij worden geplukt. Daarnaast ook om een misoogst door plaagdieren goed te maken. Het zijn een paar veldjes met aardbeien en groenten. Maar ook eentje met eetbare bloemen en een met snackkomkommers. Het koolveldje kwam er toen van de broccoli na een dag alleen nog maar het stengeltje over was. Maar ook dit werd laconiek opgepakt. Zo van: “Dat hoort er nu eenmaal bij”.

Jan de Moor,
Lingewaard Natuurlijk

Klik op een foto voor een groter exemplaar.

Archief van Nieuwsberichten

De wilde bij en de zoete hand

Als je een bij ziet waar denk je dan aan? Als je een appel of peer eet denk je dan ook aan bijen? Hoe ziet het voedsel van bijen eruit? Waar halen zij het vandaan? Wat is het verschil tussen de honingbij en de wilde bij?

De kinderen van IKC de Regenboog (Bemmel) verdringen zich rond het bijenhotel bij Joop Dahm, een erkend deskundige op het gebied van wilde bijen. De ogen van de kinderen rollen uit hun kassen, want Joop heeft niet alleen illustratiemateriaal bij zich, maar ook solitaire bijen. Ze komen, tijdens het lesje al kant en klaar uit de cocon. Sommige durfallen laten de beestjes over hun hand lopen en worden bewonderend aangekeken.

De kinderen waren goed voorbereid op zijn vragen. Dat merkte Joop onmiddellijk. Ze hadden op school al het lesje ‘De wilde bij’ gelezen en kenden één soort: de metselbij. Ze wisten dus al hoe die leven, waar ze wonen en hoe ze hun huisje metselen en de deur dichtmaken. En natuurlijk wat voor goede werken ze doen. Ze hadden ook al gelezen dat deze bijen nooit steken. Dat stelde gerust. Want bijen en steken is toch wel een sterke koppeling en moeilijk uit te roeien. Veel kinderen moeten daarom toch de angst overwinnen dat het bij deze beestjes echt anders ligt in tegenstelling tot de honingbij.

En dan de vragen. Joop: Kun je een wilde bij als huisdier houden? Worden ze wel eens boos, zoals honingbijen en wat doen ze dan? Waarom blijft dit bijtje zo lang op mijn hand zitten? Joop: Ik denk dat je een zoete hand hebt!

Jan de Moor,
Lingewaard Natuurlijk, De Veldschuur

Klik op de foto voor een groter exemplaar.

Archief van Nieuwsberichten

Geheimtaal van bloemen

Veel bloemen hebben bestuivers nodig voor de voortplanting. Het doel is dat het stuifmeel wordt getransporteerd naar een soortgenoot bloem. Hoe krijgt zo’n bloem voor elkaar, dat het juiste insect langskomt?

Iedere bestuiver heeft andere eigenschappen, maar de bloem kan ook middelen inzetten. De meeste insecten hebben een beperkt gezichtsvermogen en worden vaak door de bloemengeur aangetrokken. Maar wat veel mensen niet weten is dat bloemen ook een soort geheimtaal hebben op hun bloembladeren. Op de bloembladeren bevinden zich, vaak voor het blote oog onzichtbare patronen die het ultraviolet licht reflecteren: een honingmerk. Dit ultraviolette licht kan door insecten worden gevolgd om zo bij de nectar te komen. Het ene insect voelt zich aangetrokken door een bloem met oplichtende rand, het andere insect gaat voor een oplichtend bloemen hart. Zo geven de bestuivers van verschillende insectensoorten de voorkeur aan bloemen met een bepaald honingmerk. Door van kleur te veranderen kunnen honingmerken de insecten vertellen hoeveel nectar de bloem produceert op dat moment.

Zo hebben bloemen nog meer in trucjes in petto: wat dacht je van een Leeuwenbekje? Die houdt zijn bloem stijf dicht, alleen een echte krachtpatser hommel kan naar binnen komen. Honingbijen hebben een korte tong en kunnen dus geen nectar halen uit bloemen waarvan de nectar diep in de lange bloembuizen zit. Andere planten zoals de Judaspenning zorgen gelijk voor de kraamkamer voor het koolwitje en lokken zo de vlinder naar zich toe. Zo vindt er een match plaats tussen bloem en zijn eigen gespecialiseerde bestuiver.  

Klik op de foto voor een groter exemplaar.

Foto: Sandra Brookman-Bak.

Archief van Nieuwsberichten

Werelddag zonder tabak

Dinsdag 31 mei is het World-No-Tobacco-Day, met dit jaar als thema: bedreiging van ons milieu. Al sinds 1987 probeert de World Health Organization (WHO) om wereldwijd de aandacht te vestigen op roken en de negatieve effecten daarvan op de gezondheid, die op dit moment leiden tot 5,4 miljoen doden wereldwijd per jaar.

Naast dat iedereen weet dat roken slecht voor je is, is het nog niet bij iedereen duidelijk dat het ook een groot risico vormt voor het milieu. 2 van de 3 opgerookte peuken komen in het milieu terecht, dat kan beaamd worden door de zwerfvuilvrijwilliger in je buurt! De WHO telt 4,5 triljoen peuken die in het milieu terecht zijn gekomen, en is daarmee het meest gevonden stukje zwerfafval.

Het probleem zit vooral in het filter waar alle toxische stoffen zich verzamelen. Hierdoor kan 1 peuk in het milieu zo 8 liter water verontreinigen. Deze stoffen gaan via regen en het grondwater naar de zee en zo naar de vis die je opeet, of naar de bodem waar de stoffen 10-15 jaar nodig hebben om af te breken. Behalve de microplastics: deze minuscule deeltjes blijven. Microplastics kunnen zich ook via de lucht verspreiden en overal op de aarde terecht komen.

De oplossing: als je niet kan stoppen met roken, neem dan een peuken pocket mee. Het is een asbakje dat je gewoon kunt meenemen tijdens je wandeling. De peuk kan er nog brandend in en dooft. Zo kom je niet in de verleiding om je peuk te dumpen als er geen asbak in de buurt is.

Sandra Brookman-Bak, natuurgids Lingewaard Natuurlijk

 

Klik op de foto voor een groter exemplaar.

Foto: Sandra Brookman-Bak.

Archief van Nieuwsberichten

De boswachter aan het werk

Iedereen die wel eens een klein zwart-blauw-wit gestreept veertje heeft gevonden bij een wandeling herkent het veertje wel: de gaai. Behorend tot de familie van de kraaiachtige, zoals ook de ekster en  kraaien. Van oorsprong is de gaai een vrij schuwe bosvogel, maar tegenwoordig in stedelijk gebied laat hij zich toch zien en verschuilt hij zich in bomen. Hij heeft een bijzondere samenwerking met de eik, en dat heeft hem de bijnaam boswachter opgeleverd. De gaai is namelijk gek op eikels en hij verstopt ze overal zodat hij een wintervoorraad heeft. Maar tja, hij vergeet wel eens een plekje, en daar groeit dan weer een nieuwe eik. De gaai plant zo onbewust nieuwe bossen. Overigens eet hij nog meer dan alleen eikels want ze lusten echt van alles, soms wordt het dieet aangevuld met eieren en jongen van zangvogels, gestolen uit de nesten.

Gaaien hebben in het bos ook de functie van indringer-alarm. Dat kan gebeuren bij het zien van een roofvogel of vos, maar ook als mensen te dicht in zijn buurt komen. Het is een luide, hese schreeuw waarop veel andere dieren reageren en zich verbergen. Dit is vooral in de winter, want tijdens het broedseizoen houdt hij zich stil. De gaai is een goede imitator van geluiden van andere vogels: van het geluid van een kip tot het geluid van een overvliegende buizerd. Oppassen als je aan het vogelspotten bent, want de gaai houdt wel van een grapje…

Sandra Brookman-Bak, natuurgids Lingewaard Natuurlijk

Klik op de foto voor een groter exemplaar.

Foto: Sandra Brookman-Bak.

Archief van Nieuwsberichten

Stormschade

Omgevallen bomen, kapotte auto’s, dakpannen die door de wind van het dak geblazen worden en meer. Hevige stormen veroorzaken vaak een boel ellende. Officieel is het een storm als er één uur lang windkracht 9 wordt gemeten bij een KNMI-weerstation. Er worden dan waarschuwingen in de vorm van een code met een kleur uitgegeven. Met een code rood is het advies om binnen te blijven tot de storm weer is gaan liggen.

Het stormseizoen start in september en sinds 2019 krijgen stormen die een code oranje of rood hebben ook een naam, afwisselend man-vrouw. De namen worden door de KNMI in samenwerking met de Britse en Ierse weerdienst bedacht, volgens hen worden we door namen bewuster van gevaarlijk weer. Met de namen Corrie , Dudley, Eunice en Franklin nog vers in het hoofd, hadden we met de laatste drie ook nog eens een drielingstorm te pakken. Bijzonder, omdat het bijna honderd jaar geleden was dat we zoveel stormen op rij hadden.

Deze stormen kwamen allemaal uit een krachtige westenwind op zo’n 10 km hoogte: een zogeheten straalstroom. Wind ontstaat door temperatuurverschillen en als de warme lucht opstijgt en de koude lucht zakt dan ontstaat er bewegingsenergie in de lucht: de wind. Hoe groter het temperatuurverschil des te sterker de wind wordt. In de herfstmaanden ligt de straalstroom meestal ter hoogte van Nederland, in de winter is het de polaire straalstroom die zorgt voor nog koudere lucht.

Overigens worden de letters Q,U,W,Y en Z niet gebruikt voor stormnamen. Dus voor nu is het afwachten tot mevrouw Gladys haar toetreden maakt.

Sandra Brookman-Bak, natuurgids Lingewaard Natuurlijk

Klik op de foto voor een groter exemplaar.

De foto is van Sandra Brookman-Bak.

Archief van Nieuwsberichten
« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑